Hof Den Haag: Staat moet afluisteren advocaten stoppen

< >

Amsterdam, 27 oktober 2015 - De Staat mag advocaten niet afluisteren zolang er geen onafhankelijk toezicht is op  de inzet van bijzondere bevoegdheden door de AIVD en MIVD. Zolang die toets niet is ingevoerd, mag de Staat ook geen informatie aan het openbaar ministerie verstrekken die uit communicatie tussen advocaten en cliënten is vergaard.

Het gerechtshof Den Haag bekrachtigde vandaag het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 1 juli 2015 in de zaak van Prakken d’Oliveira c.s. t. de Staat der Nederlanden. Het hof verwierp alle grieven die de Staat in hoger beroep tegen het vonnis had aangevoerd. Dat betekent dat de Staat per 2 januari 2016 elke vorm van afluisteren moet staken, tenzij er dan een onafhankelijke toets is ingevoerd. Het verbod om informatie aan het OM te verstrekken is al sinds  1 juli 2015 van kracht.

Prakken d’Oliveira is verheugd met de uitspraak. De Nederlandse afluisterpraktijk is overduidelijk in strijd met de criteria die zijn ontwikkeld door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Juist bij advocaten moet de inzet van bevoegdheden  door inlichtingendiensten van waarborgen zijn voorzien. Na de rechtbank Den Haag heeft nu gelukkig ook het hof Den Haag dat onderkend en daaraan de enige juiste conclusie verbonden, namelijk dat de Staat het onrechtmatig afluisteren dient te staken.

Het Hof laat er geen twijfel over bestaan dat het afluisteren van advocaten door de AIVD en MIVD onrechtmatig is, zolang daarop geen onafhankelijke toezicht bestaat. Het is volgens het hof “van groot belang dat degenen die zich tot een advocaat wenden dan wel overwegen dat te doen, er op kunnen rekenen dat de vertrouwelijkheid van hun communicatie met die advocaat in beginsel is gewaarborgd en dat daarop slechts in bijzondere gevallen en onder toezicht van een onafhankelijk orgaan inbreuk kan worden gemaakt”.  

De Staat had nog aangevoerd dat dan nieuwe wetgeving moest worden gecreëerd, en dat daarvoor de door de voorzieningenrechter gestelde termijn van 6 maanden niet voldoende zou zijn, maar daar is het Hof het niet mee eens.  Bovendien vindt het hof dat de Staat al ruimschoots gelegenheid heeft gehad om zijn beleid aan te passen, omdat het al veel eerder duidelijk moet zijn geweest dat het huidige systeem niet voldoet. 

Lees hier de uitspraak. 

Eerdere berichten

Terug naar overzicht